Bij sollicitaties - 5 tips

 
 
Bedrijven en mensen schetsen jou het plaatje, dat ze je willen schetsen. Sommigen zullen zelf ook geloven wat ze je vertellen, anderen wellicht niet.
Het is - helaas - niet zo gebruikelijk om een bedrijf waar je wil werken, te onderwerpen aan testen of assessments, dus jij bent op jezelf aangewezen!
 
  1. Zorg dat je goed weet, wat jij echt belangrijk vindt. Het is heel verleidelijk om in een leuk gesprek op te gaan in de waarden van de ander. Je openstellen is prima, maar vergeet je eigen parameters niet. Formuleer er minstens 5, schrijf ze op en zet er 2-3 concrete vragen bij. Zorg ervoor, dat deze vragen echt aan bod komen.
  2. Schrijf besproken zaken die je belangrijk vindt in het gesprek zo letterlijk mogelijk op. Doe dit tijdens het gesprek. Vraag eventueel of de ander daar bezwaar tegen heeft. Zo kun je het later nog eens teruglezen en rustig op je laten inwerken. Weet: je brein vertekent, vergeet en vult ongevraagd aan. Met je aantekeningen kun je letterlijk terughalen wat er gezegd is. Heb je de tip wel eens gehad voor een belangrijk gesprek bij een arts? Nou, dit is niet anders!
  3. Maak niet de fout door te denken, dat het gevoel dat je hebt bij een gesprek je bewijs levert van hoe het bedrijf daadwerkelijk is. Weet je nog van die eerste date? De chemie die jij op 1 moment ervaart bij 1-2 mensen van een bedrijf is niet per se representatief. Daarbij: als het een recruiter is, zul je waarschijnlijk niet eens met diegene samenwerken.
  4. Maak het klein, concreet en persoonlijk. Door van de hoofdlijnen af te gaan en juist te praten over persoonlijke belevenissen laat je meer van jezelf zien. Daardoor kun je ervaren hoe de ander op jouw beleving reageert. En andersom.
    Feit: een casus heeft voorspellende waarde. Daarom laten bedrijven je ook zweten op een ad hoc situatie. Dat kun jij ook doen, met een live case. Die begint met de woorden: "Stel dat ..." en eindigt met de vraag:" wat zou u dan doen?" Maak de vraag zo concreet mogelijk en neem ook alleen genoegen met een concreet en actief antwoord vanuit de "ik-vorm".
  5. Actie- reactie. In een gesprek ben je continue op elkaar aan het reageren en afstemmen, instemmen, afweren of afzetten. Ben je daarvan zoveel mogelijk bewust van je eigen aandeel. Anders ken je de ander onjuist gefundeerd allerlei eigenschappen toe.
Paar voorbeeldjes:
Als je een oordeel ervaart van de ander, komt dat door jouw onzekerheid op dat moment, of ervaar je echt een dwingende mening?
Als je merkt dat het gesprek stokt, wat is daarin dan jouw aandeel en wat deed de ander?
Kortom, je kunt alleen funderen wat je van de ander vindt, als je dit op concrete gedragingen kunt baseren.
 
Succes!